Eerste stage Gooi- en Eemlander

In mijn eerste stage schreef ik het nieuws en de achtergronden voor de Gooi- en Eemlander. Het volgende artikel geef ik een plaats in mijn portfolio, omdat ik het simpelweg een mooi verhaald vond. Een verhaal met een dramatische achtergrond en confronterende quotes van de geïnterviewde. Bij de krant denk je snel aan het harde nieuws, dit stuk is meer persoonlijk. Ik heb ruim een uur bij de man aan de keukentafel gezeten in zijn senioren woning in Bussum, waar ik eigenlijk van plan was niet langer dan een half uur te blijven. 

Willem van Enter overleefde het 'Jappenkamp'

'De atoombom redde mij'

Op verschillende plaatsen in de regio wordt vandaag officieel herdacht dat 66 jaar geleden met de overgave van het Japanse leger een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Willem van Enter (80) uit Hilversum verhuisde als kind met zijn ouders en jongere broertje van Sumatra naar Oost-Java voor het werk van hun vader die handelsreiziger was. "We werden met paard en wagen naar school gebracht."

Een detail dat de manier van leven in het voormalig Nederlands-Indie mooi schetst. Begin jaren veertig verandert de situatie volledig. De vader van Van Enter, die van Nederlandse komaf is, krijgt een oproep voor een militaire training van vier maanden in Surabaya, een grote havenstad in het oosten van Java. De dreiging van een Japanse invasie ligt dan al op de loer. "Mijn vader lag in van die schuttersputten op het strand om een landing van Japanners te voorkomen." 
Het hielp niet. In 1942 was de Japanse bezetting een feit. "Dat betekende dat wij als gezin uit elkaar getrokken werden. Mijn vader werd overgebracht naar Bangkok om aan de 'Birma-spoorweg' te werken. Mijn moeder, broertje en ik naar het jongenskamp in Muntilan op Java. Het hing samen met het militaire verleden van mijn vader. De inheemse bevolking noemden blanken, waar wij ook toe behoorden, 'totoks'." Dat werkte niet in hun voordeel, de inlanders beschouwden de Japanners aanvankelijk dan ook als bevrijders van een koloniaal regime. Hoe het zijn vader destijds verging, daar dacht hij naar eigen zeggen niet te veel bij na. Het werd hem ook niet verteld. 
"Wat kon je doen, het overkwam je", zegt hij enigszins gelaten. Hij verwierf binnen het kamp een bijzondere positie. "Ik werd aangewezen als het hulpje van de Japanners die het kamp bewaakten." Daar koos hij niet voor, dat werd hem toebedeeld omdat hij als een van de weinigen goed Maleis sprak, een taal die veel Japanners ook spraken. Het betekende niet dat hij daarmee dikke vrienden was geworden met zijn onderdrukkers. Die rol hield hem aanvankelijk wat in de luwte, de Japanners hadden hem immers nodig omdat hij kon vertalen wat die opdroegen aan de kampbewoners. 
Toch was dat voordeel betrekkelijk. "De Japanners lieten mij de kampbewoners ophalen die gestraft moesten worden. Dan liep ik voor ze uit. Natuurlijk wilde ik dat niet, maar je moest het niet in je hoofd halen je daar tegen te verzetten." Op zijn dertiende werd hij overgebracht naar het mannenkamp. "Ik heb daar vaak lijken moeten wegdragen." Het ging er al gauw veel slechter met hem. Voedseltekort was er vaak de oorzaak van een opgezwollen buik. "Ik heb mijn leven te danken aan de atoombom op Hiroshima. Twee maanden later en ik was dood geweest." 
De atoombommen - Nagasaki volgde op 9 augustus 1945 - betekenden de overgave van het Japanse leger en de hereniging met zijn vader die het wonderwel overleefd had, net als zijn moeder en broertje. Van Enter komt niet over als een gebroken man. Haat voelt hij niet. "Maar ik zal niet zo snel mijn eten bij de Japanner bestellen." 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten