Onderstaand artikel is geschreven in het kader van een redactie Binnenland, waarbij we ons hebben toegespitst op de binnenlandse- en buitenlandse criminaliteit. Samen met twee medestudenten ben ik op goed geluk afgereisd naar het Brabantse Liempde. Daar vond in 2004 een opmerkelijke gebeurtenis plaats die met raadsels omgeven is. We togen naar het zuiden om de sfeer in het dorp zelf te proeven en de hoofdpersoon in ons verhaal op te zoeken.
Inval in de vroege morgen
Van boerderij tot
trainingskamp
We gaan terug naar de avond van 11
november 2004. De dan 55-jarige Ton van Beugen runt samen met zijn vrouw een kampeerboerderij
in het Brabantse dorpje Liempde. Het hoogseizoen is voorbij en hij heeft niet
veel werk om handen aan de enkele gasten die er nog zijn. De avond valt en voor
Van Beugen en zijn gezin lijk het een nacht te worden als alle andere. Niets blijkt
minder waar. Tijdens een grootschalige
politie-inval op kampeerboerderij de Mus ’donck worden die nacht 29 mensen
opgepakt.
Ton
van Beugen: “Ik weet het nog goed. Het was vijf uur ’s ‘s ochtends en ik werd
wakker van luid gebonk op de deur. Ik liep automatisch naar beneden en deed de
deur open. Daar stond een man met bivakmuts en hij vertelde mij dat ze bezig
waren met een inval.” Toen pas zag Van Beugen de lichten van een rondcirkelende
helikopter en een soort van militaire eenheid die zich precies om de twee meter
rondom zijn huis hadden opgesteld. Terwijl Van Beugen verdwaast met de man
meeloopt naar achter ziet hij hoe zijn campinggasten in hun onderbroek tegen de
muur staan en realiseert zich dat de inval al even bezig is. Zijn vrouw wordt
uit bed gehaald en een van de inmiddels binnen gekomen rechercheurs zegt dat
het huis onderzocht moet worden. “Met drie slapende kinderen boven?” De vrouw
van Van Beugen is des duivels. Wat is hier aan de hand spookt het door hun
hoofd. Dan wordt het duidelijk dat Van Beugen en zijn vrouw ook onder arrest
staan. “Ik bel mijn zus, voor de kinderen” Maar de rechercheur bijt haar toe:
“U belt helemaal niemand. Wat is de naam van uw zus?” En hij loopt naar een dik
boekwerk dat op tafel ligt. “Ik was met stomheid geslagen toen hij daar alle
gegevens van mijn schoonzus uit haalde. Alles stond daar blijkbaar in, van de
lengte van mijn teennagels tot het telefoonnummer van mijn schoonzus. Pas later
realiseerde ik me hoe beangstigend dat eigenlijk is.” Onder toeziend oog van
hun drie kinderen (17, 15 en 13) worden Van Beugen en zijn vrouw als zware
criminelen, apart afgevoerd.
Reden
voor de inval was de vermoedde aanwezigheid van een PKK-trainingskamp op het
terrein van de kampeerboerderij. De aangehouden personen werden verdacht van
deelname aan en het steunen van de Koerdische afscheidingsbeweging ‘Partiya Karkeren
Kurdistan’, beter bekend als de PKK. Deze organisatie strijdt voor een
onafhankelijke Koerdische staat maar wordt als een terroristische groepering
gezien die verboden is in Europa. Het steunen van zo’n soort groepering was in
november van 2004 nog niet voor de wet verboden.
In het najaar van 1992
besloot de familie van Beugen een kampeerboerderij over te nemen in Liempde. De groep Koerden kwam dus voor het eerst bij de familie van
Beugen in de winter van 1992. Het waren nette bezoekers die zich gewoon aan het
reglement hielden. “En dat waren die Koerden. Die waren hier. Die hadden
gehuurd vanaf eind september. Dus die waren ook op die dag aangekomen toen wij
aangekomen waren. En daarom wilde die verkoper pas 15 november der uit, want
die zouden twee maanden blijven en hij wou dat geld nog in zijn zak steken. En
nou was dat van ons natuurlijk, dat geld. Maar het gaat niet om dat geld. Het
gaat om aan te geven; die mensen waren er al, die kwamen al regelmatig hier bij
de vorige eigenaar. En dan hebben we het dus over de tachtiger jaren. Ja, die
kwamen bij ons ook, ze deden niets verkeerd dus ik had geen enkele reden om te
zeggen van je mag niet meer komen. En ze kwamen al, en ze waren vriendelijk en
aardig en ze leverde gewoon hun centjes in. Ja, dus…. Wat ik wil zeggen is dat
die mensen al twintig jaar hier kwamen. En zo hebben we dus vanaf 1992 tot 2003 voortgesukkeld, elk
jaar zes weken, soms twee keer zes weken. Soms ook jaren niet. Kwamen ze niet”.
De
inval leverde uiteindelijk niets op voor justitie. Geen enkele verdachte werd
daadwerkelijk veroordeeld, mede door een gebrek aan bewijs en het feit dat de
Turkse justitie niet meewerkte.. Zij stonden niet toe dat de Nederlandse
advocaten van de verdachten bij de verhoren van belangrijke getuigen in Turkije
aanwezig zouden zijn. Het gerechtshof in Den Bosch besloot hierop de hele zaak
te seponeren en justitie kon niet anders dan de aanklacht te laten varen. De
getuigenverklaringen zouden op deze manier niet betrouwbaar genoeg zijn om te
kunnen gebruiken in een mogelijke strafzaak, zo stelde de Nederlandse rechtbank
in oktober 2008. Dit heeft alles te maken met de verhoudingen tussen de Turken
en Koerden, die op politiek gebied heel gevoelig liggen.
Stroef verloop
“Ik herinner me deze zaak. Het was een wat ‘padvinderachtig’
zomerkamp", weet Martin van Bruinessen, onderzoeker en deskundige op het
gebied van moderne islamitische samenleving. "Ik meen dat er filmpjes
gevonden waren van joggende jongens. Volgens hem waren de ‘bijeenkomsten’ op de
kampeerboerderij vooral ideologisch van aard. “De jongens en meisjes kregen
iets te horen over Marx, Lenin, Stalin en Apo (beter bekend als Öcalan red.),
de leider van de PKK.” Op Bruinessen maakte de hele zaak een nogal onschuldige
indruk. Hij verwijst daarbij naar het feit dat er geen wapentuig is gevonden
tijdens de inval op de kampeerboerderij, zoals vuurwapens. “Het deed mij
eigenlijk allemaal erg denken aan zomerkampen van christelijke
jeugdverenigingen. In plaats van de Bijbel en andere stichtelijke literatuur
als richtlijn, waren hun bijeenkomsten meer politiek van aard.”
Hij voegt daar nog wel aan toe dat er destijds
werd vermoed, dat deze training wel een voorbereiding was voor een veel
serieuzere terugkeer naar Koerdistan. “Daar zouden ze wel degelijk een
militaire training krijgen en gaan deelnemen aan de guerrillastrijd. Erg veel
is daar nooit over bekend geworden. De AIVD had wel wat informatie, maar heeft
die binnenshuis gehouden", aldus Bruinessen. Dit verklaart wel eerdere
bezoeken van de AIVD aan de kampeerboerderij van de familie van Beugen. “Ik weet niet meer precies
hoe lang dat van te voren was, maar er stond hier op een gegeven moment een wat
gezette man op de stoep die zich bekend maakte als iemand van de AIVD. Het
eerste wat dan door je hoofd schiet is: “Wat doe ik verkeerd” en dat vroeg ik
dus. Maar ik deed niets verkeerd, hij kwam alleen vertellen dat hierachter
Koerden zaten. Ik zeg ja, dat weet ik, maar die veroorzaken verder geen
problemen. Nee, dat vond hij ook niet, het was juist hartstikke goed dat ze
hier zitten. Want dan zitten ze bij elkaar, en dan kunnen wij als AIVD een
oogje in het zeil houden. Ik zeg, maar waarom houden jullie een oogje in het
zeil? Ja, wij willen graag weten hoe dat de groep zich gedraagt, want wij
moeten op alle terreinen in Nederland zoveel mogelijk inlichtingen verzamelen.”
Zo heeft Van Beugen nog even met hem aan de keukentafel gezeten. Na een half
uurtje vertrok de man weer, hij zou nog wel een keer bellen. “Ik heb toen nog
gezegd, Ik zeg, maar zeg het dan, als wij iets kunnen doen, en als er iets gebeurt wat niet goed is, en als het
niet mag ik zeg, dan gaan ze er vandaag nog uit, want ik wil dat risico niet
nemen.” Een maand voor de inval kreeg Van Beugen ook nog een bezoekje van de
RIVD. “Die man maakte het helemaal spannend. Ook hij zei dat er niets aan de hand
was en dat ik me nergens zorgen om hoefde te maken. Hij zei zelfs: ‘hier heb je
mijn 06 nummer, als er iemand komt of er is iets, meteen bellen want dan maak
ik dat in orde.’ Eén keer heb ik politie aan de deur gehad in verband met die
Koerden, hij heeft dat toen direct opgelost. Maar ik heb me toch ook lelijk
vergist. Tijdens de inval zei ik dat ze hem moesten bellen, want hij wist hoe
de vork in de steel zat. Nou mooi niet. Het nummer klopte niet. Er was niemand
meer te vinden, de RIVD bestond ineens niet meer en bij de AIVD wisten ze van
de hele zaak ook niets. Sterker nog, er was hier nooit iemand van hen geweest. Toen
was dus in een keer alles weg he. In rook opgegaan. Keihard ontkennen dat hier
iemand van de AIVD bij mij aan de keukentafel gezeten heeft. Nou, dan is het
mijn woord tegen hun woord, en ja, dat verlies ik.”
Historicus
en Turkoloog Armand Saǧ is stelliger in zijn mening dan Bruinessen.
“Ik
denk dat er daadwerkelijk terroristen zijn getraind op boerderij de Mus‘donck.”
Volgens de Turkije-deskundige verbleef onder andere Güven Akkuș tijdelijk op de
kampeerboerderij. Een opmerkelijke uitspraak, gezien het feit dat Akkuș een
terrorist was die in 2007 een aanslag pleegde in Ankara. Ook hebben twee van
zijn ooms tijdelijk in Liempde gezeten, vertelt Saǧ.
“Het is een
zeer droevige zaak dat er naar alle waarschijnlijkheid enkele Koerden werden
opgeleid in Liempde die later aanslagen hebben gepleegd. Dit heeft mensenlevens
gekost.”
De hele zaak verliep van begin
af aan uiterst stroef voor justitie. Op basis van bewijzen die de politie had
verzameld, kon geen enkele verdachte
worden veroordeeld. Bovendien konden de getuigen in Turkije niet verhoord
worden omdat de Turkse autoriteiten weigerden Nederlandse advocaten toe te
laten. Extra bewijs in de vorm van een getuigenverklaring kon daardoor niet
worden vergaard. Dit was voor de Bossche rechtbank essentieel om tot een
veroordeling te kunnen komen. Deze rechtbank had namelijk bepaald dat er 117 getuigen
moesten worden gehoord voor meerdere PKK gerelateerd zaken die in Nederland
speelden, waarvan enkele tientallen in Turkije verbleven al dan niet in
gevangenschap. Onder de te verhoren getuigen was ondermeer de
Koerdische leider Öcalan die in Turkije een levenslange gevangenisstraf uitzit.
Voor het OM was dit een aderlating, het betekende namelijk dat de zaak in
gevaar zou kunnen komen. Later, in 2008, leerden we ook dat de zaak inderdaad in
een lastig pakket was geraakt toen bleek dat de rechtbank het OM niet-ontvankelijk
verklaarde en de zaak moest seponeren.
In
een eerdere fase hadden enkele getuigen, die in veel gevallen ook werden
verdacht van PKK-deelname en/of steun aan de organisatie, belastende
verklaringen aflegden tegen enkele verdachten die zijn opgepakt tijdens de
inval in november 2004. Dit gebeurde in sommige gevallen om er zelf beter van
te worden door bijvoorbeeld strafvermindering af te dwingen in ruil voor een
(getuigen)verklaring. Aan die zaak zat een luchtje, zo oordeelden de
Nederlandse advocaten.
Volgens
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens hebben advocaten het recht om
aanwezig te zijn bij getuigenverhoren, ook als die getuigen zich in het
buitenland bevinden. Advocaten hebben daar belangen bij in verband met de
betrouwbaarheid van de verklaringen. De Turkse autoriteiten zagen dit anders en
rond februari 2008 leidt deze onenigheid tot een 'welles-nietes' spelletje tussen
de Turkse autoriteiten en de Nederlandse advocaten.
In
juni 2008 ging toenmalig minister van Justitie, Ernst Hirsch Ballin, op
werkbezoek naar Turkije. Zijn doel: de meningsverschillen met Turkije oplossen
zodat de rechtszaak tegen de gearresteerde PKK-verdachten kon worden voortgezet.
De
Turken waren niet te overtuigen en bleven bij hun standpunt dat de verdediging niet
aanwezig mocht zijn tijdens het afleggen van de verklaringen. Iets dat voor de
Nederlandse advocaten cruciaal was om een eerlijk proces te kunnen waarborgen.
Het zag er dan ook naar uit dat de processen tegen de verdachten op niets
zouden uitlopen. Het bewijs was niet sluitend, er waren alleen wat indirecte
aanwijzingen en vermoedens gevonden, bovendien wilde Turkije niet meewerken.
Meerdere
keren wordt er door justitie in Nederland om uitstel gevraagd om te voorkomen
dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk wordt verklaard.
Oktober
2008 wordt het OM alsnog niet-ontvankelijk verklaard. Volgens Y. Tamer,
advocaat van een van de verdachten, zijn alle verdachten dan al een aantal
jaren op vrije voeten en de meeste van hen zijn het land uitgezet als ongewenst
vreemdeling. “Mijn cliënt en zijn vrienden waren allemaal minderjarig en
stonden dus onder bescherming van de Nederlandse overheid. Het feit dat Turkije
niet wilde meewerken heeft dus uiteindelijk in hun voordeel gewerkt.”
Tijdsgeest
Het
jaar 2004 was een bijzonder bewogen jaar, zo valt te lezen in het jaarverslag
van de AIVD. Niet alleen vanwege de inval op de kampeerboerderij in Liempde.
Tien dagen voor de inval bij de Mus‘donck,
werd Theo van Gogh in Amsterdam door Mohamed Bouyeri vermoord. Het land was
geschokt. Mensen hadden de aanslagen in Madrid van maart 2004 nog vers in het
geheugen en de aanslag op het WTC in New York lag ook nog niet ver achter hen. Waren
dit incidenten of was dit het begin van een structurele dreiging tegen het
westen? Door de verschillende incidenten in binnen- en buitenland heeft het
toenmalige kabinet stappen genomen om in te spelen op de toenemende
terrorismedreiging. Deze dreiging en het onderzoek naar en opsporing van
radicaal Islamitische netwerken, die eventueel plannen hadden voor
terroristische aanslagen, een zeer hoge prioriteit gekregen binnen de overheden
van Westerse landen met de Verenigde Staten voorop in de ‘strijd’. De
aanhoudingen en het verijdelen van (mogelijke) aanslagen van de terroristisch
organisatie die zichzelf 'de Hofstadgroep' noemde, eveneens in 2004, gaf maar
al te goed aan dat Europa met een toenemende spanning te maken had. Alle
alarmbellen rinkelden.
De
inval in Liempde moet dan ook in de tijdsgeest van toen geplaatst worden. Er
kan verondersteld worden dat de autoriteiten in Nederland geen enkel risico
wilden lopen en haar voorzorgsmaatregelen flink aanscherpte. Het toezicht op
het rekruteren van leden voor terroristische aanslagen, het martelaarschap en
de deelname aan de Jihad werd door de AIVD sterk aangescherpt in samenwerking
met de Counter Terrorism Group (CTG). Dit deed de inlichtingendienst onder meer
door het zogenoemde ‘ronselen’ van leden te onderzoeken. De zaak in Liempde
voldeed in de ogen van de AIVD aan een van deze criteria. Het ronselen zou met
deze inval tot een halt geroepen worden, in hoeverre überhaupt sprake was van
dit feit ter zijde. De AIVD is eerst begonnen met het nauwlettend in de gaten
houden van het kampeerterrein en ook van het gezin Van Beugen. Dit verliep
overigens niet zo ongezien als de AIVD gehoopt had. Ton van Beugen schudt zijn
hoofd als hij er aan terug denkt. Hij vindt zich zelf achteraf gezien naïef,
“maar aan de andere kant reken je hier gewoon niet op”. Het was ongeveer een
week voor de inval, wanneer hij tegen de avond tijdens het uitlaten van zijn
hond, iets raars ziet aan de overkant van een gekapt maïsveld. “Ik dacht, nou zal
je het hebben, stelletje idioten. Dat moeten de mannen van de milieuclub
geweest zijn.” Aan een boom, op nog geen anderhalve meter van de grond, hangt
een vogelhuisje. “Anderhalve meter hoogte, wie doet dat nou” en verbaasd loopt
Van Beugen over het veld naar het vogelhuisje. “En toen werd het helemaal te
gek, hadden ze voor dat gaatje ook nog een glasplaatje gezet, dat werkt toch
niet!” Nietsvermoedend opent hij het dak van het vogelhuisje en schrikt: “Het
was helemaal geen vogelhuisje, er zat een camera in! Dus ik pakte die camera en
draai hem een kwartslag zodat je er niets meer doorheen zag.” De camera stond
namelijk op het huis van Van Beugen gericht. “Recht op mijn voordeur, nou dan
ben je toch wel even met stomheid geslagen.” De volgende ochtend bedacht hij
zich om de camera maar helemaal weg te halen. Maar als hij het veld weer
overloopt ziet hij al meteen: alles is weg. Vogelhuisje, camera, kabels, alleen
nog een groot gat in de grond onder de boom. “Er had natuurlijk iemand mee
zitten kijken. Ongelofelijk.”
Justitie
hield samen met de AIVD de boel al een tijdje een oogje in het zeil. Van Beugen
vermoedt dat het daarom ook niet alleen bij het vogelhuisje is gebleven.
“waarschijnlijk zijn ze nog veel verder gegaan. Want waarschijnlijk hebben ze
hier in huis, en achter bij de boerderij, ook nog microfoons gehad, of
camera’s. Dat denk ik dat ze ook nog gedaan hebben. Want ze zetten alle
middelen in.” Het belangrijkste gerucht was dus dat zich PKK-leden ophielden op
het kampeerterrein. Deze leden zouden zich bezighouden met training en
rekrutering voor de inmiddels in Nederland verboden PKK-groepering. Een sterk
vermoeden was voor de inlichtingendienst voldoende om een onderzoek te starten
en om de kampeerboerderij op die vroege novembermorgen met tweehonderd man aan
speciale eenheden en twee politiehelikopters binnen te vallen. De inval werd op
de voet gevolgd door de media die ruim van te voren door justitie zelf waren
ingelicht. Een journalist van Omroep Brabant bevestigt dat: “We hebben intern
een telefoontje gekregen dat er een PKK-trainingskamp opgerold ging worden in
Liempde. De inval zelf is van dichtbij vastgelegd door een cameraploeg van
justitie zelf. Wij werden tijdens en na de inval op de hoogte gehouden door een
woordvoerder van justitie en het hoofd van de nationale recherche. Zij hebben
ons toen ook verteld over de wapens en nachtkijkers die gevonden zouden zijn.
Later hoorde we pas dat deze bij een andere inval waren gevonden die dezelfde
nacht had plaatsgevonden.” Het weglaten van dit kleine detail zal niet per
ongeluk geweest zijn vermoedt Van Beugen. “Maar is
ook iets wat ik de journalistiek eigenlijk een beetje kwalijk neem, dat ze zich
niet goed hebben laten informeren.” Het was belangrijker om een scoop te scoren
dan om de feiten te checken. “Dat hebben ze niet gedaan, ook niet door mij maar
ik had daar toen ook helemaal geen zin in.” Later las Van Beugen dat verhaal in
de krant. “Er werd daarin ook aangegeven dat het vermeende kamp ergens ‘diep
verscholen in het bos’ zou liggen. Daar klopt gewoon helemaal geen reet van, we
zitten verdorie nog geen 600 meter van de A2 af!” Dat ’diep verscholen in de
bossen’ natuurlijk meer indruk maakt begrijpt hij wel, maar het klopt gewoon
niet. “Bovendien was het voor ons gewoon een zakelijke transactie en niets
meer. Die mensen hielden zich aan het reglement wat wij hebben, dus waarom zou
ik ze dan buiten zetten?”
PKK in Nederland
In
april 2004 worden de organisaties KADEK, en de later daaruit ontstane
organisatie Kongra-Gel, door Nederland toegevoegd aan de lijst van organisaties
waarvan de financiën worden bevroren. De beslissing werd door de AIVD genomen
omdat er een sterk vermoeden bestond dat deze organisaties een dekmantel
vormden voor de Koerdische afscheidingsbeweging PKK.
Door
het bevriezen van de geldstromen werd het voor de PKK onmogelijk om de KADEK en
Kongra-Gel financieel te steunen. Eventuele opleidingskampen konden daardoor
niet meer worden geholpen met indirecte steun van de PKK.
Volgens
de AIVD zou het PKK-kamp, dat zich zou hebben gevestigd op de kampeerboerderij
in Liempde, door de Kongra-Gel zijn georganiseerd. De link met de
afscheidingsbeweging waarbij de Nederlandse organisatie als dekmantel werd
gezien. “Het inzamelen van geld voor de PKK is een ander
interessant thema. ik geloof niet dat daar ooit mensen voor opgepakt zijn. Het
gebeurt, dat staat vast, maar het zal wel moeilijk zijn aan te tonen dat dit
door een bestaande ,en dus verbiedbare, organisatie wordt gedaan”, zo zegt
Bruinessen.
De
inlichtingendienst schrijf hierover in haar jaarverslag: "In het kamp in
Liempde verbleven jongeren die van plan zijn zich aan te sluiten bij de
organisatie. Zij worden ingewijd en onderwezen in de achtergronden, historie,
ideologie en cultuur van de Koerdische beweging en de politieke geschriften van
PKK-leider Abdullah Öcalan." . “Ik weet niet precies
wat ze deden, dat moet ik maar gokken” zegt Van Beugen over de activiteiten van
zijn gasten. “Wat ik gezien heb is dat ze de achterkamer tot een soort van klaslokaal
hadden ingericht. Het was een soort collegezaal opstelling, en daar was iemand
aan het les geven. Ze maakte gebruik van moderne technieken, er werd wel eens
een videofilm gedraaid, maar verder stond er de hele dag iemand te praten. En
die mensen zaten heel de dag, zaten die te luisteren. Ze hadden wel regelmatig
een soort van speelkwartier en dan gingen ze voetballen achter op de wei of
rondjes rennen op het veld.”
De
PKK was in 2004 nog geen illegale organisatie in Nederland. Deze werd pas in
2007 officieel verboden door de Nederlandse staat, ondanks het feit dat de
organisatie al sinds 2002 door de Europese Unie en de VS werd gezien als
terroristische groepering. Pas in december 2004, een maand na de inval, werd
het steunen van de PKK verboden in Nederland. De echte ‘eyeopener’ voor
Nederland was een aanslag van terrorist Güven Akkus die in 2007 een aanslag
pleegde in Ankara.
Volgens
Armand Saǧ was er al eerder sprake van een opleidingskamp in Eindhoven, waar
ook Akkus zou zijn opgeleid tussen 1998 en 2001. Saǧ: "Nederland was één
van de weinige landen, zo niet het enige, dat fel tegen het besluit van de
Europese Unie, Verenigde Staten en de Verenigde Naties was om de PKK op de
'Terror List' te zetten." Jaren later kwam Nederland hier op terug en
verbood de organisatie alsnog.
Volgens Bruinessen bestaat de PKK
als organisatie in ons land niet officieel. “Ze heeft geen woordvoerders of vertegenwoordigers
in Nederland zitten. Er zijn Koerdische verenigingen die
duidelijke sympathieën voor de PKK hebben, maar die zijn wel legaal. Er heeft
lange tijd ook een Nederlands actiecomité bestaan dat sterk met de PKK
sympathiseerde en een informatiebulletin verspreidde dat overduidelijk door de
PKK was geïnspireerd. Maar ook dat heeft bij mijn weten nooit problemen gehad.”
Saǧ ziet dat
toch anders. Een hervatting van eventuele PKK trainingskampen in Nederland
wordt door Saǧ vergeleken met een vulkaan. “Een deel van zulke organisaties
zijn ‘slapende’ verenigingen. Veel van de individuen die deel uitmaken van de
organisatie hebben een sterke band met hun Koerdische achtergrond. Zij spelen
in op incidenten zoals bijvoorbeeld ook is gebeurd rond de terroristische
dreigingen in 2004 en door de inval in Noord Irak in 2007.” Saǧ maakt overigens
nog een andere opvallende link met de PKK in Nederland die het vermelden waard
is, al is de betrouwbaarheid van die informatie niet makkelijk te achterhalen. Saǧ
vraagt zich hardop af hoe al die kleine Koerdische koffiehuizen het hoofd
financieel boven water weten te houden, terwijl ze maar twee keer per week open
zijn. “Het kan zijn dat deze koffiehuizen en culturele verenigingen worden
gebruikt als politieke dekmantel voor de Turkse maffia. De link met de maffia
bestaat hem dan voornamelijk uit het doorvoeren van drugs zoals opium vanuit
Afghanistan via Turkije naar Nederland. Een breed netwerk dat in de afgelopen
decennia is opgebouwd.” Dit zijn uiteraard de woorden van Saǧ en hij zegt er
zelf ook bij dat deze beschuldiging heel lastig te bewijzen valt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten